Mahler – the Symphonies

‘Wetenschappelijk onderzoek is afhankelijk van vrije toegang’

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in De Nieuwe Muze, nummer 2021-5. Daar vindt men ook mijn uitgebreide recensie van de in dit artikel genoemde partituren.


Een nieuwe uitgave maken van oude werken die allang auteursrechtenvrij zijn: het lijkt niet iets waarbij je op veel weerstand zou kunnen stuiten. Toch komen editeurs soms voor gesloten deuren te staan door concurrerende commerciële belangen. Melle Heij sprak met editeur Christian Rudolf Riedel, werkzaam bij Breitkopf & Härtel. In dit mini-interview pleit hij voor open toegang tot bronmateriaal voor alle onderzoekers, aan de hand van zijn nieuwe Mahler-partituren.


Work in Progress

Naar aanleiding van haar 300-jarig bestaan in 2019 is Breitkopf een belangwekkend megaproject aangegaan: om deze grootse mijlpaal van eerbiedwekkende ouderdom extra glans te geven worden onder de noemer ‘Gustav Mahler – the Symphonies’ van alle tien Mahlersymfonieën uitgebreide, tekstkritische edities uitgebracht. Startpunt hierbij is de zogenaamde ‘Mahler Complete Critical Edition’, die sinds 1960 onder de nimmer rustende argusogen van het Internationale Gustav Mahler Gesellschaft (IGMG) verder wordt bijgeschaafd. Editeur Riedel benadrukt dat de eerste edities in deze reeks nog niet perfect zullen zijn: ‘Wat geldt voor encyclopedieën of volledige edities geldt ook voor Breitkopf’s Mahler-project: ze zouden eigenlijk allemaal pas in hun tweede editie moeten verschijnen. Anders gezegd: de redactionele aanpak ontwikkelt zich gedurende het werkproces.’

Controverses

Toch doet dit ‘work in progress’ al het nodige stof opwaaien. Inmiddels heeft de uitgave van de Vierde symfonie de prijs voor beste tekstkritische editie van 2020 in de wacht gesleept bij de eerste editie van de Presto Sheet Music Awards, die vorig jaar in het leven is geroepen door (blad)muziekhandelaar Presto Music. Niet iedereen was echter even verheugd over de nieuwe telg die uit de stronk van Breitkopf
opschiet. Universal Edition, met het IGMG achter zich, uitte kritiek en zorgen. Als eerste uitgever had Universal Edition decennialang de exclusieve rechten. Universal Edition, die ooit de Mahler Complete Critical Edition uitbracht waar Breitkopf zich op baseert, is inmiddels zelf een nieuwe editie begonnen – de New Complete Critical Edition. Er zijn namelijk nieuwe bronnen boven water gekomen, die in het bezit zijn van
Universal Edition. Dit zou betekenen dat de nieuwe Breitkopf-uitgaven mogelijk al verouderd zijn voordat ze nog maar het levenslicht hebben gezien. Over de Breitkopfeditie werd door het igmg specifiek gesproken als een editie die ‘niet de criteria van een actuele tekstkritische uitgave bevredigt’; als grotendeels een kopie van de oude editie in een nieuw jasje dus. Ook kleindochter Marina Mahler werd in het strijdvuur geworpen om het dispuut in het voordeel van de gevestigde orde te beslechten.

Breitkopf, als relatieve nieuweling in het Mahler-veld, erkent het probleem, maar verzekert ons op haar beurt echter alles in het werk te stellen om alle beschikbare bronnen te raadplegen en zich van de juistheid van haar nieuwste inzichten te vergewissen. Over de kritiek die het IGMG levert, wijst Riedel allereerst het pijnpunt aan: hoewel de nieuwgevonden bronnen uiteraard in het publieke domein zijn, kunnen ze soms toch niet toegankelijk zijn voor alle uitgevers. Één partij houdt dan bijvoorbeeld een manuscript in het bezit, waarvan geen kopieën beschikbaar zijn. Zo houdt de uitgever een monopolie op de inhoud van het bronmateriaal.

‘Het probleem met toegang tot bronnen komt voort uit de conflicterende economische en wetenschappelijke belangen, waar alle Mahleruitgevers – die onvermijdelijk met elkaar in concurrentie zijn – mee te maken krijgen. Maar wetenschappelijk onderzoek is zeker in het digitale tijdperk afhankelijk van vrije toegang, vooral tot materiaal waar geen auteursrecht
meer op rust. Onredelijke weigering tot primair bronnenmateriaal hindert vergelijkend onderzoek dat afhankelijk is van zulk materiaal. Dit geldt vooral als de onderzoeksresultaten van een bepaalde uitgever niet verifieerbaar zijn omdat ze gebaseerd zijn op materiaal dat de uitgever niet beschikbaar stelt aan derden. Dit schendt een basisstandaard van wetenschappelijke authenticatie van bronnen.

Nog los van de ethiek van het hamsteren van auteursrechtenvrij bronmateriaal in het digitale tijdperk, vormt het een serieuze beschadiging voor de geloofwaardigheid van een uitgever als deze willens en wetens de toegang tot belangrijke auteursrechtenvrije bronnen in haar bezit weigert. Ik vind dat commerciële belangen nooit een bedreiging zouden moeten vormen voor de essentiële wetenschappelijke uitwisseling van verschillende standpunten.’ Het niet willen delen van bronnen maakt het dus voor andere uitgevers niet alleen onmogelijk om deze bronnen te gebruiken, maar ook om te kunnen verifiëren of de nieuwe aanpassingen
door degene die de bronnen wel bezit daadwerkelijk wetenschappelijk verantwoord zijn.

Overeenstemming

Hoe het ook zij, na de eerste strubbelingen is de strijdbijl begraven en zijn de uitgegeven verklaringen niet meer terug te vinden. ‘We hebben inmiddels overeenstemming bereikt met het Gesellschaft – waar ik lid van ben – over “vreedzame competitie”’, zegt Riedel. ‘Waarom zou het niet mogelijk zijn om gemeenschappelijke belangen op constructieve wijze te benaderen?’ Deze overeenstemming is er echter dus een van stilzwijgen, en niet van gezamenlijke arbeid. ‘Het is nu een bevroren conflict geworden.’ Zo blijven de commerciële belangen, die Breitkopf natuurlijk ook heeft, op grote schaal de boventoon voeren, en werken de verschillende partijen in isolatie aan hun eigen edities.

Overigens komen dergelijke praktijken vaker voor bij populaire 20e-eeuwse componisten wier composities lange tijd (goeddeels) tot het domein van een enkele uitgever behoorden. Achterliggend motief is niet zozeer de wens om tot een definitieve uitgave te komen, maar om exclusiviteit en de daarmee samenhangende inkomsten te behouden. Als rechthebbenden (meestal nabestaanden en de oorspronkelijke uitgever) een nieuwe (ongepubliceerde) versie kunnen neerleggen, zouden zij hiervoor het auteursrecht voor langere tijd kunnen claimen. Ook publieke archieven waar ongepubliceerd materiaal ligt, kunnen door rechthebbenden beperkingen opgelegd krijgen of zelf beperkingen aan derden opleggen.

Mahler Sympsosium

In een poging meer aandacht voor deze kwestie te genereren schrijft Riedel er een artikel over voor het Mahler Symposium in november in Wenen. In dit artikel stelt hij ook vragen over belangrijke bronnen in het bezit van Universal Edition. Voor de potentiële koper blijft de vraag echter: Heeft Breitkopf nu toegang tot minder bronnen dan Universal Edition of niet? Riedel: ‘Tot nu toe zijn er geen problemen geweest met de toegang tot de bronnen, met één uitzondering. Universal Edition verleende geen toegang tot een eerste drukproef van de derde symfonie in hun bezit. De inhoud hiervan kon echter indirect worden afgeleid uit andere, belangrijkere bronnen, die ik als eerste ooit heb kunnen gebruiken.’ Hiermee doelt hij op dirigentenpartituren van o.a. Mahler en Mengelberg, de oude partijen van de Wiener Philharmoniker en een set partijen in Mahler’s persoonlijke bezit. Daarbovenop ontving hij de hulp van professor Paul Banks, die op mahlercat.org.uk uitvoerig bronnenonderzoek verricht.

‘De aankomende editie van Das Lied von der Erde is echter een ander verhaal. Universal Edition verhinderde toegang tot de ‘Stichvorlage’ (een goede kopie van de notentekst voor de graveur, die gedeeltelijk gecorrigeerd is door Mahler). Gelukkig kunnen de details in kwestie ook indirect worden afgeleid uit andere bronnen en beschrijvingen van de bronnen door vooraanstaande experts als Ratz, Füssl en Hefling, die ze tot in detail bestudeerd hebben. ‘Natuurlijk proberen we een hoge tekstkritische standard voor alle symfonieën te waarborgen. Ik ben optimistisch dat we daarin zullen slagen.’

De strubbelingen over het al dan niet delen van bronnen tussen verschillende uitgevers zullen voorlopig de wereld nog niet uit zijn, maar Riedel weet in ieder geval de gelegenheid aan te grijpen om voor het bredere muziekpubliek de vinger op de zere plek te leggen, en we kijken met interesse uit naar wat Riedel op het Mahler Symposium teweeg zal brengen.

Info:

www.breitkopf.com

Leave a comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: